Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.
Jullie bezochten mij niet
Het is spannend en confronterend wat Jezus zegt tegen de mensen aan zijn linkerhand. Ze hebben van alles niet gedaan: geen onderdak verleend, geen kleding gegeven, geen bezoekjes gebracht. Het zijn allemaal heel praktische dingen die in een wereld waarin het gaat om grote getallen en indrukwekkende acties nauwelijks een naam mogen hebben. Toch heeft het koninkrijk van God hier alles mee te maken en wordt onze toekomst mede hierdoor bepaald. Want in ieder mens in nood komt Jezus naar ons toe. En als wij die naaste in nood niet zien, niet helpen, niet bezoeken, dan laten we ten diepste Jezus links liggen. En dat mondt uit in een plaatsje aan zijn linkerhand. Zo helder ligt het. Jezus zegt het zelf.
Heer Jezus, leer me om in de ogen van de naaste in nood uw vragende blik te zien.