Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven?
Heer, wanneer?
De rechtvaardigen, de kinderen van God aan de rechterhand van de Mensenzoon, zijn oprecht verbaasd. Jezus spreekt over dingen waar ze geen weet van hebben: waar heeft hij het eigenlijk over? En het is ook buitengewoon verrassend wat Jezus gaat zeggen. In het verhaal dat hij nu vertelt, heeft hij zichzelf eerst voorgesteld als de Mensenzoon op een glorierijke troon omringd door alle engelen. Een en al heerlijkheid en luister! En nu is hij bezig om de rechtvaardigen er de ogen voor te openen dat je hem ook ergens anders kunt tegenkomen, dat hij ook op een totaal andere manier in je leven kan verschijnen. Namelijk als een hongerige, een dorstige, een vreemdeling, een arme, een onderdrukte. Heb jij hem ook al gezien?
Heer, open mijn ogen voor uw aanwezigheid hier op aarde.