Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op.
Ik had honger
Bij zijn terugkomst zegent Jezus zijn volgelingen, de schapen aan zijn rechterhand. Maar de reden die hij daarvoor aangeeft is nogal onverwacht. Op grond van het evangelie zou je verwachten dat Jezus zegt: \'Wees welkom in mijn rijk, want je hebt in mij geloofd, je hebt de genade van mjn Vader niet afgewezen maar omhelsd, je hebt de Geest in je leven laten werken.\' Maar Jezus wijst op heel iets anders. Hij spreekt over zijn eigen honger, zijn eigen dorst, zijn eigen vreemdelingschap. En dat wekt verbazing. Hoe kan hij, die zichzelf \'het brood dat leven geeft\' noemt, zeggen: \'Ik heb honger\'? Jezus is bezig om ons weer een heel vernieuwende kijk te geven op de realiteit van zijn koninkrijk!
Heer, dank u dat u in uw spreken altijd weer verrassende perspectieven op uw koninkrijk opent!