Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
Gezegend
Jezus spreekt hier als de koning die bij het eindoordeel scheiding maakt tussen de schapen en de bokken. Zo geeft Jezus opnieuw onderwijs over het koninkrijk. Dit koninkrijk komt nog, namelijk bij Jezus\' terugkomst: dan zullen de schapen deel hebben aan het koninkrijk. Maar het koninkrijk is er ook al, want het is al sinds de grondvesting van de wereld bestemd voor hen die in de stijl van Jezus op aarde leven. Daar gaat Jezus over spreken: over praktisch christendom als koninkrijksleven. Maar hij begint met de zegen uit te spreken over de kinderen van zijn Vader. Gezegend zijn jullie! En het kan niet anders of deze gezegenden hebben dit ook al ervaren toen ze in de stijl van het koninkrijk hun leven op aarde hebben geleefd.
Heer Jezus, u die de komende koning bent, zegen ook mij, nu en straks, zodat ik het koninkrijksleven ten volle mag ervaren.