Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: \"Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.\"
Geef ons olie
Ik zie ze voor me: die vijf meisjes die dwaas waren. De schrik staat in hun ogen te lezen: hun lampen zijn uitgegaan en ze hebben geen olie meer om hun lampen opnieuw aan te doen. Ze zien de wijze meisjes. Ook hun lampen zijn uitgegaan, maar ze gaan al weer branden. \'Geef ons wat van jullie olie!\' Ze ontdekken nu dat ze tekort zijn geschoten in hun voorbereiding en proberen te redden wat er te redden valt. En opnieuw vraag je je af: waar staat die olie toch voor? Als het voor geloof staat, wordt duidelijk dat het een heel moeilijke vraag is. Je kunt een ander geen geloof geven. En je kunt van een ander dus ook niet om geloof vragen. Het gaat hier echt om je eigen leven en je eigen persoonlijke verantwoordelijkheid.
Heer, geef toch dat ik goed voorbereid ben op uw komst Leer me daarbij volledig op u te vertrouwen.