Je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven.
Zoon van de Allerhoogste

[LEES:]
Wat valt je op in bovenstaande woorden? Wat raakt je?


[LUISTER:]
Mijn naam is Jezus. Die naam heeft de Vader voor Mij uitgekozen. Ik ben jouw redder en de redder van heel de wereld. Zoon van de Allerhoogste ben Ik. En zo kom Ik jouw leven binnen, ook op deze dag. Laat Mij Jezus zijn in jouw leven: de Zoon van God die redt en die jouw leven op het goede spoor zet.


[BID:]
Heer Jezus, wees de Aanwezige in mijn leven, als de Zoon van de Allerhoogste.


[WEES STIL:]
Neem nu tijd om stil te zijn in Jezus' aanwezigheid.