Toen ?Jezus? daar langskwam, keek hij naar boven en zei: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’
In jouw huis

[LEES:]
Wat valt je op in bovenstaande woorden? Wat raakt je?


[LUISTER:]
"Toen Ik Zacheüs tegenkwam, zag Ik in zijn ogen zijn verlangen en zijn kwetsbaarheid, zijn pijn en zijn hoop. Daarom moest Ik in zijn huis zijn om samen met hem te eten. Nu kijk Ik jou in je ogen. Ik zie je verlangen en je kwetsbaarheid, je pijn en je hoop. Vandaag wil Ik bij jou komen en wonen in je huis."


[BID:]
"Heer Jezus, Ik open mijn hart en mijn huis voor U."


[WEES STIL:]
Neem nu tijd om stil te zijn in Jezus' aanwezigheid.