De HEER gedenkt en zegent ons, zegenen zal hij het volk van Israël, zegenen het huis van Aäron, zegenen wie de HEER vrezen, van klein tot groot.
Zegenen, zegenen
Zegenen. Dat is wat Ik wil doen. Zegenen en nog eens zegenen. Ik zegen het volk Israël. Ik zegen het huis van Aäron. Ik zegen wie eerbiedig met Mij omgaan. Ik zegen mijn kinderen van klein tot groot. Ik zegen jou. Ik wil je het goede geven: licht en leven, trouw en liefde, geduld en barmhartigheid. Ik denk aan jou en vraag op dit moment: laat je door Mij zegenen. Doe je handen open, en open ook je hart. Zodat je alle goede dingen die Ik wil geven, kunt ontvangen. Ik gun je het goede. Ik zie je en Ik zegen je. Vandaag en alle dagen van je leven.
Ik zegen jou en iedereen.