De HEER zei tegen ​Abram: ‘Trek weg uit je land, verlaat je ​familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.'
Trek weg
Lang, lang geleden heb ik tegen Abram gezegd dat hij weg moest gaan naar het land dat Ik hem zou wijzen. En Abram deed dat. Ik bracht hem in het beloofde land. Ook in jouw leven zijn er situaties en plekken waar je weg moet gaan. Situaties die je verbondenheid met Mij in de weg staan. Plekken waar Ik niet bij je ben omdat je daar zonder Mij probeert te leven. Ga daar weg. En richt je op het land dat Ik je wijs: het land van liefde en van leven, het land van genade en van goedheid. Daar wil Ik met je wonen. Daar ben Ik bij je.
Ga op weg naar het beloofde land van liefde.