Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou.
Mijn jongen
Hoor nu toch eens hoe de vader zijn oudste zoon aanspreekt. Die zoon die thuis was gebleven, maar in zijn hart misschien nog wel veel verder van huis was dan zijn jongere broer. Hij was zo dichtbij zijn vader maar koos voor de houding van de slaaf, de knecht, de werknemer. En dan wordt je vader opeens een baas, waar je bang voor bent, waar je diep van binnen boos op bent omdat je vindt dat je hard werkt voor weinig waardering. En wat zegt de vader? ‘Mijn jongen!’ Proef je de liefde en de aanvaarding, niet alleen dus voor de jongste, maar ook voor de oudste zoon? God houdt niet alleen van zondaars. Hij houdt ook van religieuze Farizeeërs.
Vader, dank u voor uw liefde voor iedereen. Leer me begrijpen en ervaren dat u liefde bént!