Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.
Vader, ik heb gezondigd
De jongste zoon heeft het op de terugweg naar huis voortdurend in zichzelf lopen repeteren. Steeds maar weer diezelfde woorden, zodat ze ook steeds dieper zouden doordringen in zijn hart: ‘Door mijn zonde ben ik niet meer waard een zoon te zijn.’ Hoe ontroerend en wellicht herkenbaar dit ook is, de ergste zonde is hier dat de zoon de vader niet kent. Want dat is het laatste wat de vader zou doen: zeggen dat je niet meer waard bent zijn zoon te zijn. Hoe goed ken ik de Vader eigenlijk? Vanuit je hart voor hem je zonde belijden is heel genezend, maar dan wel om juist weer te ervaren dat je wel zijn kind bent!
Vader, dank u voor uw vergevingsgezindheid en dat ik het in Christus altijd waard mag zijn uw zoon genoemd te worden.