Geef, o God, uw wetten aan de koning, uw gerechtigheid aan de koningszoon.
Wetten en gerechtigheid
Als David voor Salomo, de nieuwe koning, gaat bidden, dan vraagt hij God allereerst om wetten en om gerechtigheid. Dat zegt veel over het koninkrijk van God. Dat koninkrijk is namelijk niet alleen maar een geestelijke werkelijkheid, iets van het hart. Dat hoort er zeker ook wel bij: nederigheid, integriteit en generositeit zijn kenmerken voor het koninkrijksleven. Maar dat wordt ook aan de buitenkant echt zichtbaar. De wetten van God en het leven dat daarin wordt uitgetekend bepalen het gezicht van het koninkrijk: voor onrecht en wetteloosheid is er geen plaats. Alleen langs de weg van concrete rechtvaardigheid en rechtvaardige wetgeving kan het koninkrijksleven tot bloei komen.
Heer, laat uw koninkrijk met zijn rechtvaardige wetten en concrete gerechtigheid steeds meer gestalte mogen krijgen.