Gezegend worden en tot zegen zijn
Melchizedek was een priester van God, de Allerhoogste, en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde.’
Gezegend door de Allerhoogste
Hij komt als het ware uit het niets op dagen: Melchizedek. Maar hij blijkt een ware priester van God te zijn. En al ver voordat Aäron in beeld is, spreekt hij als priester een zegen uit. Want priesters hebben een bijzondere verbondenheid met de God van de hemel. In dienst van die God spreken ze woorden uit die woorden van de HEER zelf blijken te zijn. Zo zegent Melchizedek Abram: hij brengt hem (opnieuw) in de tegenwoordigheid van God, de Allerhoogste, die de schepper is van hemel en aarde. Je bent gezegend met zo’n machtige God!
HEER, zegen ook mij, en laat me in de nabijheid van u als de Allerhoogste mogen leven.