Gezegend worden en tot zegen zijn
Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.
De HEER zegent
Als we elkaar in Gods tegenwoordigheid willen brengen (dat is zegenen), dan is het goed om heel duidelijk te hebben dat alleen de HEER zegent. Wij beschikken niet over de zegen. ‘Ik zegen jou’ is daarom ook niet een goede manier van zeggen. Wij kunnen niet meer (hoewel dat ook al heel veel en heel kostbaar is) dan Gods naam over een ander uitspreken. Maar dan is het de HEER zelf die zegent. Ik mag wel de woorden uitspreken die getuigen van Gods aanwezigheid en bescherming, van zijn heil en liefde, maar ik doe dat vanuit dezelfde ontvankelijke houding die ook de gezegende aanneemt. De HEER zegent. Hij alleen.
HEER, machtige en liefdevolle God, u bent het zelf die zegent. Maak me daarom bescheiden en ontvankelijk voor wat u uitdeelt.