Uw troon is voor eeuwig en altijd, o god, de scepter van het recht is uw koningsscepter.
Een eeuwige troon
De koning die in deze psalm wordt bezongen heeft bovenmenselijke trekken. Sterker nog: hij wordt zelfs als god aangesproken. Nu was het in de tijd van het Oude Testament niet ongebruikelijk om een koning aan te duiden als zoon van God. Maar hier worden onze gedachten als vanzelf naar de goddelijke koning getrokken die echt eeuwig regeert, die echt eindeloos rechtvaardig is, de echt volmaakt als koning heerst. Psalm 45 wordt daarom in het Nieuwe Testament ook rechtstreeks op Jezus toegepast (in Hebree├źn 1). In deze schitterende koning zien wij de stralende luister van Gods eigen en eniggeboren zoon.
Heer Jezus, koning der koningen, u aanbidden wij want uw troon is echt voor eeuwig.