Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
Uitgieten
Als Petrus op de eerste Pinksterdag gaat spreken, doet hij dat bij wijze van spreken met de Bijbel in zijn hand. Hij heeft Jezus vaak de Schriften horen citeren en is wat dat betreft een goede leerling. Hij haalt woorden van de profeet JoŽl aan, gesproken in een ver verleden, maar uitzonderlijk actueel. Want vandaag gebeurt het: God giet zijn Geest uit over alle mensen. Dat duidt op een zeer overvloedige daad. Uitgieten: het is als een geweldige plensbui en als je je er in bevindt, raak je volkomen doorweekt. Alle mensen: de Geest is er niet voor een handjevol uitverkorenen, maar de gullie God deelt de goede gave van zijn Geest uit aan iedereen. Pinksteren is geen elitefeest maar een volksfeest.
Heer God, dank u voor de gulheid waarmee u uw Geest uitdeelt. Dank u voor de overvloed van uw koninkrijk.