De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.
Wie dorst heeft
Kom! Dat is de uitnodiging van deze dag. Kom naar Mij. Ik ben de HEER, je God. Ik weet dat je dorst hebt, dat je verlangt naar redding uit je moeiten, dat je naar adem snakt. Kom! Ik geef je wat je nodig hebt. Ik bied je aan waar je naar verlangt. Gelukkig ben je als je dorst hebt, want Ik geef je het water dat levend maakt. Je mag er vrij van drinken. Kom! En als je komt om bij Mij je dorst te laten lessen, neem dan ook anderen mee. Zeg ook tegen hen: Kom! Laat wie dorst heeft komen! Kom! Ik ben de God die je dorst lest.
Drink van het water dat leven geeft.